temp1Enterprise – Control System Integration

 

Deel 1: ANSI/ISA-95.00.01-2000

 

Modellen en terminologie

Deel 1 van S95 bestaat uit een aantal modellen die allemaal zijn opgebouwd uit standaard termen. De modellen gebruik je om vast te kunnen stellen waar de exacte grens ligt tussen het kantoorautomatiseringssysteem en het productie­automatiserings­systeem. Hoe zijn de taken verdeeld over de verschillende systemen? En welke informatie moeten ze met elkaar uitwisselen? Dit zijn vragen die je kunt beantwoorden door de modellen en terminologie te gebruiken uit deel 1 van de S95 standaard.

 

Hiërarchisch model

De verschillende modellen richten zich ieder op een specifiek aspect van het integratieproject. Zo is er een model waardoor je de verschillende niveaus van het bedrijf in kaart kunt brengen. Hierdoor krijg je een duidelijk beeld van welke activiteiten op welke afdeling(en), en door welk(e) systeem(en) worden uit­gevoerd.

 

Functioneel model

Er is ook een functioneel model, dat je kunt gebruiken om vast te stellen welke functies binnen het bedrijf worden uitgevoerd, welke afdelingen en systemen daarvoor verantwoordelijk zijn en wat de plaatselijk namen voor die functies zijn. In vergelijking tot het hiërarchische model, richt het functionele model zich puur op de functies, zonder rekening te houden met de niveaus binnen het bedrijf. Door de combinatie van het hiërarchische en het functionele model, krijg je een zo compleet mogelijk beeld van het bedrijf.

 

Informatiestromen

Het functionele model maakt tevens duidelijk welke informatie van de ene naar de andere functie stroomt. S95 geeft die informatiestromen een standaard naam. Aan de hand daarvan ga je op zoek naar de plaatselijke naam van de informatiestroom (bv. de naam die het ERP systeem er aan geeft, en de naam die het productieautomatiseringssysteem hanteert). Omdat je inmiddels weet welk systeem de functie uitvoert, kan je nu ook vaststellen of de informatiestroom relevant is voor de interface, kortom of de informatie tussen de systemen moet worden uitgewisseld.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Categorieën en objecten

Alle informatie die betrokken is bij de interface, kan je indelen in een drietal categorieën. Het gaat altijd om productiecapaciteit informatie, over productdefinitie informatie en om productie informatie. De informatie zelf kan je uiteindelijk terugbrengen tot de objecten Equipment (machines, apparatuur, gereed­schappen), Personnel (mensen, personeel) en Material (materialen; grondstoffen, eindproducten, energie en afval). Iedere informatiestroom is samengesteld uit 1 of meer van deze 3 ‘resources’.  S95.01 levert voor deze resources de object modellen, waarmee je uiteindelijk de informatie daadwerkelijk kunt gaan uitwisselen. De resource object modellen vormen op zichzelf weer de basis voor een aantal gecompliceerdere modellen, die de informatie logisch groeperen tot informatie uit 1 van de 3 bovengenoemde categorieën.

 

Conclusie

S95.01 is goed bruikbaar als je wilt gaan vaststellen welke informatie moet worden uitgewisseld tussen een kantoorautomatiseringssysteem en een productieautomatiserings­systeem. De objectmodellen van deel 1 vormen de basis voor deel 2 van de standaard (S95.02), waarin die objecten verder worden uitgewerkt, inclusief de bijbehorende attributen.

temp2

 

 

 

Wilt u meer weten over S95? Bezoek dan het ISA-95 seminar of de ISA-95 cursus

 

© Copyright 2010 - ISA Europe - www.isaeurope.org